Statuten Van de Stadt-Jentink Stichting
Maart 1991 (laatstelijk gewijzigd op 1 juni 2005)
Goedkeuring Statuten.
1. Deze statuten zijn goedgekeurd tijdens een Algemene Vergadering van de Loge Anna Paulowna die gehouden werd op 23 October 1985.
2. Deze statuten zijn goedgekeurd door het Hoofdbestuur der Orde middels de aan het Secretariaat van de Loge Anna Paulowna verzonden brief, gedateerd 23 december 1985.
Naam en vestiging.
Artikel 1.
1. De Stichting is gevestigd te Zaanstad en draagt de naam “Van de Stadt-Jentink Stichting”.
Doel
Artikel 2.
1. De Stichting heeft ten doel:
a. Broeder-Vrijmetselaren, leden van de Loge “Anna Paulowna”, welke loge gevestigd is in Zaanstad (nader ook te noemen de Loge), die in geldelijke moeilijkheden verkeren, bij te staan.
b. Bijstand te verlenen in de studiekosten van de kinderen van de hierboven sub a. genoemde Vrijmetselaren, die minder draagkrachtig zijn.
c. In bijzondere gevallen bijstand te verlenen aan de weduwen en wezen van overleden leden der Loge of aan kinderen van de leden van de Loge.
d. De verbreiding der beginselen der Vrijmetselarij in het algemeen en de instandhouding, groei en bloei van de Loge in het bijzonder te bevorderen door geldelijke steun.
e. enig ander maconniek doel, waaronder de instandhouding, dan wel verbetering van het Logegebouw en de bijbehorende woning (Stationsstraat 61 en 59 te Zaanstad).
2. Voor het hierboven sub d. en c. bepaalde is de goedkeuring van de Algemene Vergadering van de Loge vereist.
Bestuur.
Artikel 3.
a. Het Bestuur der Stichting (hierna te noemen het Bestuur), bestaat uit tenminste vijf leden.
b. De Voorzittend Meester van de Loge is ambtshalve voorzitter van het Bestuur en maakt als zodanig deel hiervan uit.
c. De overige bestuursleden worden benoemd uit – en door de leden van de Loge, met dien verstande, dat, zo mogelijk van deze bestuursleden een commercieel-, een sociaal-, een economisch- een juridisch deskundig zal zijn.
d. Behoudens de functie van voorzitter, worden de overige functies onderling verdeeld. Het Bestuur bepaalt welk lid uit zijn midden de voorzitter bij verhindering of ontstentenis zal vervangen en benoemt uit zijn midden een secretaris en een thesaurier.
e. De bestuursleden met uitzondering van de voorzitter, worden voor de duur van zeven jaar benoemd, met dien verstande dat zij zitting hebben in het Bestuur tot het einde van het jaar, waarin zij de vijfenzeventig jarige leeftijd bereiken. Hiervoor wordt door het Bestuur een rooster van aftreden gemaakt. Na aftreden op grond van dit rooster is een bestuurslid niet herkiesbaar.
f. Het bestuurslidmaatschap van de voorzitter eindigt tegelijk met zijn aftreden als Voorzittend Meester van de Loge. Het bestuurslidmaatschap van de overige leden eindigt, behoudens het bepaalde in lid e., door overlijden, bedanken, onder curatelestelling, ontzetting, bij het ophouden lid te zijn van de Loge.
g. De verkiezing van nieuwe bestuursleden in vrijgekomen plaatsen geschiedt in de maand oktober voorafgaand aan de maand januari van het jaar, waar op de nieuwe bestuursleden in functie treden, tijdens de dan te houden Algemene Ledenvergadering van de Loge, op voordracht van het Bestuur.
Beheer.
Artikel 4.
a. Het Bestuur is belast met het beheer der Stichting zulks in de meest uitgebreide zin des woords. De Voorzitter en de Secretaris vertegenwoordigen de Stichting in – en buiten rechte.
b. Het Bestuur is bevoegd tot het aangaan van handelingen als bepaald in artikel 291 lid 2 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Vergaderingen,
Artikel 5.
1. Het Bestuur houdt jaarlijks tenminste een vergadering en verder zo dikwijls als dat door de voorzitter nodig wordt geoordeeld, of door tenminste twee andere bestuursleden wordt verzocht.
2. Het Bestuur is alleen bevoegd beslissingen te nemen indien de meerderheid zijner leden aanwezig zijn.
3. Alle besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen. Bij staken van de stemmen beslist de voorzitter.
Financiële stukken.
Artikel 6.
a. Het boekjaar loopt van een januari tot en met een en dertig december daaraanvolgend.
b. Door het Bestuur wordt jaarlijks in de maand april tijdens de Algemene Ledenvergadering van de Loge verslag uitgebracht over de toestand van de Stichting over het afgelopen boekjaar. In deze vergadering doet het Bestuur rekening en verantwoording onder overlegging van de daarop betrekking hebbende bescheiden.
c. De onder lid b. genoemde bescheiden en de rekening en verantwoording dienen te worden gecontroleerd door de Kascommissie van de Loge. Indien echter leden van de Kascommissie deel uitmaken van het Bestuur van de Stichting, wordt door de overige leden van de Kascommissie gezorgd voor vervangende leden van de Loge. De controle dient te geschieden binnen een termijn van drie maanden na afloop van het desbetreffende boekjaar en dient te worden vastgelegd in een schriftelijk, door de kascommissie ondertekend rapport aan het Bestuur van de Stichting.
d. Met de goedkeuring van het onder lid c. genoemde rapport verleent de Algemene Ledenvergadering van de Loge het Bestuur van de Stichting acquit et decharge.
Artikel 7.
1. Wanneer het Bestuur van de Loge, dat te allen tijde inzage der boeken en bescheiden, waardepapieren en kas der Stichting kan vorderen, meent, dat het kapitaal der Stichting niet behoorlijk wordt beheerd, of andere onrechtmatigheden plaats hebben, dan heeft het Bestuur van de Loge het recht een of meer bestuursleden der Stichting schriftelijk onder vermelding van de daaraan ten grondslag liggende redenen te schorsen in hun functie en zo nodig tijdelijk andere bestuursleden te benoemen.
2. Binnen een maand na de schorsing moet de Vergadering van Leden der Loge beslissen of de geschorste bestuursleden al of niet moeten worden ontzet, volgens het reglement der Loge.
3. Indien een maand na de schorsing daaromtrent door de Vergadering van Leden der Loge geen uitspraak is gedaan, vervalt de schorsing.
Geldmiddelen.
Artikel 8.
1. De geldmiddelen van de Stichting bestaan uit :
a. haar kapitaal.
b. vrijwillige bijdragen van de Broeders, leden van de Loge “Anna Paulowna”.
c. de door de Voorzittend Meester der Loge aan te wijzen collecten, die in haar bijeenkomsten worden gehóuden.
d. andere giften en testamentaire makingen.
e. inkomsten uit het kapitaal der Stichting.
f. de in artikel 11 bedoelde terugbetalingen.
Artikel 9.
1. De gelden van de Stichting – voorzover die niet voor onmiddellijk gebruik beschikbaar moeten blijven – worden, eventueel na overleg met een terzake deskundige en/of bank waarbij de Stichting haar rekening heeft lopen, op degelijke en solide wijze deskundig belegd, met dien verstande dat de Stichting bevoegd is onroerende goederen in eigendom te verwerven en te vervreemden, alsmede hypotheken aan te gaan.
Artikel 10.
1. Wanneer en zolang het kapitaal der Stichting minder bedraagt dan de som van vijfentwintig duizend gulden, zullen alleen de gekweekte renten en andere inkomsten van het kapitaal der Stichting mogen worden aangewend voor het in artikel 2 omschreven doel.
2. De in enig jaar niet bestede inkomsten worden gevoegd bij het kapitaal van de Stichting.
Artikel 11.
1. Zij, die zich onder valse voorwendsels door de Stichting hebben laten steunen, zullen verplicht zijn, de ontvangen gelden met nader door het Bestuur te bepalen rente aan de Stichting terug te betalen.
Beheer bij sluiting en her-opening.
Artikel 12.
1. Bij het in ruste gaan van de Loge zal het beheer van de Stichting worden gevoerd door vijf Broeders-Vrijmetselaren, bij voorkeur oud-leden van de Loge en daartoe aangewezen door het Hoofdbestuur van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, hierna te noemen het Hoofdbestuur.
Artikel 13.
1. Bij heropening van de Loge wordt het Bestuur weer samengesteld als omschreven in artikel 3.
Slot en Overgangsbepalingen.
Artikel 14.
1. Alle onderwerpen, waarin bij deze Statuten niet is voorzien, worden voorzoveel nodig geregeld bij door het Bestuur eventueel vast te stellen Reglement van Orde.
Artikel 15.
1. De Algemene Ledenvergadering der Loge heeft de bevoegdheid verandering in deze Statuten aan te brengen in het geval door verandering van omstandigheden wijziging van deze bepaling noodzakelijk is.
2. Een en ander dient te geschieden onder goedkeuring van het Hoofdbestuur.
3. Bij het in ruste zijn van de Loge zal deze bevoegdheid toekomen aan voormeld Hoofdbestuur.
Artikel 16.
1. Het Bestuur draagt, in geval van opheffing der Stichting, zorg voor liquidatie.
2. Hetgeen na voldoening van alle schulden overblijft, zal worden besteed ten bate van een maconniek doel, te bepalen door de Algemene Vergadering van de Loge of, indien de Loge in ruste is, door het Hoofdbestuur.