DeelTempel

gebouw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Huisvesting

Sinds haar oprichting heeft loge Anna Paulowna verschillende onderkomens gehad.

Het vergaderlokaal
De allereerste bijeenkomsten vonden plaats in het logement de Drie Zwaanen op de Dam, waar een ruimte werd gehuurd. Na ruim twee jaar, in 1820, verhuisden de Zaanse broeders naar een eigen pand, dat voor ƒ 6000 was aangekocht. Dit ‘vergaderlokaal’, zoals de locatie werd genoemd, lag naast de grote sluis aan de Westerzijderdam. Tot 1857 werd dit de vaste plek van de Zaanse vrijmetselaars. In het pand was tevens een maçonnieke sociëteit gevestigd: ‘Trouw aan verbintenissen’. In verband met de steeds verder oplopende exploitatietekorten, werd later besloten om af te zien van het besloten karakter van deze sociëteit. Op zon- en feestdagen werd het derhalve een openbare sociëteit.

Dam nr. 2
In 1857 werd aan de Dam, op nummer 2, een geheel nieuw gebouw neergezet, het latere café Suisse, nu vooral bekend vanwege restaurant Humphreys. De kosten bedroegen nog net geen ƒ 27.000, en dit was dan nog zonder ‘meubilair en verwarmingstoestellen’.  Net als in het vorige onderkomen, besloten de vrijmetselaars om het pand als sociëteit te laten functioneren, om de kosten te drukken. De maçonnieke bijeenkomsten vonden plaats in een bovenzaal. Omdat de exploitatie moeizaam blijft verlopen, wordt het hele pand in 1874 voor ƒ 20.000 verkocht aan twee Amsterdamse koffiehuishouders, die het verder uitbaten. loge Anna Paulowna blijft dan wel de bovenzaal huren. De kosten waren echter nog steeds hoog en er werd uitgekeken naar een goedkopere en passender behuizing.

Bijzonder gebouw
De oplossing kwam toen de weduwe Van Wessem-Korver – de moeder van de toenmalige voorzitter van de loge – in 1883 een stuk grond aan wat toen nog de Spoorstraat heette schonk aan de loge. De 23 leden die aanwezig waren op de beslissende algemene ledenvergadering stemden voor acceptatie van het aanbod. Direct werd besloten tot nieuwbouw. Architect L.J. Immink en aannemer J.H. Eilmann, beiden lid van de loge, tekenden voor het ontwerp en de bouw. Totale kosten: ƒ 14.000. Hiervan moest ƒ 4.000 worden geleend van de leden via een renteloze obligatie. De eerste steen werd gelegd op 18 mei 1883 en ruim vijf maanden later, eind oktober, was het pand gereed. En een bijzonder gebouw is Stationsstraat 61 nu nog altijd. Het behoort namelijk tot een van de vijf selecte gebouwen in Nederland die specifiek als logegebouw zijn gebouwd en vandaag de dag nog altijd als zodanig in gebruik zijn.

Beheerderswoning
Twee jaar na deze enerverende gebeurtenissen, schenkt de voorzitter een aanpalend stuk grond aan de loge, met als voorwaarde dat daar een woning wordt gebouwd voor de beheerder van het logegebouw. In 1885 krijgt dit zijn beslag, al moet voor dit project wel de gehele bouwsom worden geleend. In de jaren die hierop volgen, loopt de belangstelling voor maçonnieke activiteiten langzaam terug. Ook aan de Stationsstraat 61 was een maçonnieke sociëteit actief, maar vanwege te weinig animo worden deze bijeenkomsten stopgezet. 

‘Den telefoon’
Het logeleven herstelt zich weer aan het begin van de 20ste eeuw en de financiën laten het toe dat er in 1910 enkele verbouwingen en verbeteringen worden uitgevoerd aan het logegebouw. Zo wordt er onder meer een echte WC geïnstalleerd! Dit werd allemaal mede mogelijk gemaakt dankzij enkele broeders (onder wie Albert Heijn), die gezamenlijk hun vordering op de loge, in totaal ƒ 1.800, kwijtscholden. Tijdens het jubileumjaar 1917 wordt de loge voorzien van elektrisch licht en de ledenvergadering van 1929 besluit unaniem om ‘een abonnement op den telefoon’ te nemen.

Oorlog
Dan breken de duistere jaren ‘40-45 aan. Op 1 mei 1940 wordt de laatste aantekening voor lange tijd gemaakt in het notulenboek. Het bestaat uit slechts één woord: ‘oorlogsdreiging’. Op 3 september 1940 wordt de Vrijmetselarij in Nederland verboden en worden alle bezittingen en tegoeden van de Orde in beslag genomen. Daaronder valt ook het Zaanse logegebouw. De inboedel wordt op straat gegooid en in het openbaar verbrand. De brandkast wordt geopend en leeggehaald. De bibliotheek en het archief worden ingepakt en naar Den Haag afgevoerd voor nader onderzoek door de Duitsers. Na de oorlog worden alle boeken en historische stukken door de Amerikanen teruggevonden in een Duitse zoutmijn en geretourneerd aan de loge.
Omdat enkele broeders de oorlogsdreiging en de consequenties die deze kon hebben voor de vrijmetselaars serieus namen, verbrandden ze enkele stukken voordat de Duitsers beslag konden leggen. Zo is het ledenboek nooit teruggevonden en is ook de originele constitutiebrief (oprichtingsakte) van de loge verdwenen. Tijdens de oorlogsjaren kreeg het logegebouw de functie als kringhuis voor de NSB. In de Zaanse volksmond heet Stationsstraat 61 voortaan ‘het bruine huis’.

Herstel
Na de bevrijding komen de broeders voor het eerst weer bijeen op 30 mei 1945. Het logegebouw is onbruikbaar geworden door de vernielingen die er zijn aangericht. Bovendien kwam het in 1945 in handen van de Nederlandse overheid, die alle vijandelijke bezittingen in beslag heeft genomen. Voorlopig wordt Stationsstraat 61 als districtsgevangenis gebruikt, waarin opgepakte ‘landverraders’ worden ondergebracht. In juni 45 brengen de resterende broeders ƒ 20.000 bijeen voor herstel van het gebouw en is de juridische procedure gestart om het gebouw terug te krijgen. De beheerder heeft dan de conciërgewoning inmiddels al betrokken. Na het nodige juridische getouwtrek, wordt het gebouw uiteindelijk overdragen aan de loge. De overheid keert een oorlogsschadevergoeding uit van bijna  ƒ 12.000. In januari 1949 wordt dan eindelijk begonnen met de herstelwerkzaamheden. Tussen 1949-1951 worden de hele boven- en benedenverdieping grondig verbouwd. Daarbij worden alle resterende elementen van het 19de-eeuwse interieur vervangen door een functionele en voor die tijd moderne inrichting. Met deze aanpassingen ging veel verloren wat we nu zouden koesteren.

19de-eeuwse grandeur
In 1971 wordt een bouwkundige inspectie uitgevoerd, in verband met geplande aanpassing van de keukenfaciliteiten. Hieruit kwam naar voren dat het dak van het gebouw in zeer slechte staat was. Alle bestaande plannen moesten overboord en er werd besloten tot een restauratie van het exterieur van het pand, met nadruk op dak en goten. Totale kosten: ƒ 160.000. De volgende restauratie vond plaats tussen 2001- 2006. De gevel werd opnieuw gevoegd en geschilderd en ook het interieur werd opgeknapt. Doelstelling daarbij was om waar mogelijk de oorspronkelijke elementen van het gebouw te herstellen. Zo worden de Heerenkamer en bestuurskamer in hun oude luister hersteld en de voorhoven opnieuw ingericht en geschilderd. Van de originele paneeldeuren werden de platen verwijderd. Het logegebouw van Anna Paulowna kreeg daardoor weer iets terug van haar 19de-eeuwse grandeur. Daarnaast werden elektra, verwarming, de keuken en het sanitair vernieuwd. In 2012 is het schilderwerk aan de buitenzijde opnieuw geheel vervangen.

Anno 2013 zijn de leden van loge Anna Paulowna trots op hun onderkomen. En met recht!

 

dam2